|
Middelste molen Loenen
De Middelste Molen Papierboer De watermolen is in 1622 gebouwd aan de Loenense beek als papiermolen en die functie heeft de Middelste Molen altijd behouden. Een papiermolen op de Veluwe was meestal een onderdeel van een boerderij, een ‘papierboer’ runde het bedrijf, naast de molen waren er enkele koeien en akkertjes om in het levensonderhoud te voorzien. Papiermachine De 17e en 18e eeuw waren gouden tijden voor de papierindustrie op de Veluwe, maar in de 19e eeuw zakte de industrie in, stoommachines konden goedkoper produceren. De meeste papiermolens werden omgebouwd tot wasserijen, maar de Middelste Molen ging met de tijd mee, na een brand in 1886 werd in 1887 geïnvesteerd in een papiermachine. Het scheppen van het papier met de hand was daarmee verleden tijd, een rondlopende zeef, een langzeef, verving dit handwerk.
een oude schoolplaat over papierbereiding: boven een hollander, een kollergang en een kooktrommel, onder een papiermachine Stoommachine Een andere belangrijke innovatie was de stoommachine die in 1895 geplaatst werd. De aandrijving van de papiermolen was niet langer afhankelijk van de watertoevoer in de beek. Bij droogte in de zomer en vorst in de winter lag voordien de molen stil. Niet veel later werd nog een stoom-droogcilinder geïnstalleerd en dat maakte de droogzolder overbodig. De bedrijven die overgingen van handwerk op machinaal produceren, groeiden uit tot de plaatselijke grote papierfabrieken te Apeldoorn en Loenen. Papierindustrie In 1969 stopte de commerciële productie en de fabriek de Middelste Molen raakte al snel in verval. De Nederlandse Papierindustrie zag een monument uit het verleden teloor gaan en stelde eind jaren tachtig geld beschikbaar om de laatste authentieke Veluwse papierfabriek van de ondergang te redden. Vanaf 1991 wordt weer papier geproduceerd. Verschillende restauraties zijn in de loop der jaren nog gerealiseerd, met de laatste in 2005 is de hoge schoorsteen van de cokes-oven herbouwd. In 1989 besluiten de papierfabrieken in de regio de historische fabriek gezamenlijk aan te kopen en het bedrijfje wordt ondergebracht in de Stichting Middelste Molen. De Middelste Molen maakt nu kunstenaarspapier uit de grondstoffen katoen, linnen, hennep en cellulose van naaldhout. De watertoevoer is een steeds groter probleem geworden. Het daadwerkelijk werken met het waterrad gebeurde voor het laatst in 1998. Elk onderdeel van de watermolen kan nog werken op waterkracht, maar het waterrad kan niet meer dan één onderdeel tegelijk van enegie voorzien.
Een
schot in de beek geplaatst in 1932
houdt het schone water van de beek en het afvalwater van een
stroomopwaarts
gelegen molen, een kartonfabriek,
gescheiden. Zo kon de molen beschikken over schoon water.
het waterrad kan in de fabriek één
onderdeel aandrijven, niet de hele procesgang Papierfabricage Lompen Het papier werd gemaakt van vezels die gewonnen werden uit afgedankt linnen textiel. De ingezamelde lompen werden door kinderen en vrouwen ontdaan van knopen en in stukken gescheurd. Als beloning mochten de kinderen de (benen) knopen houden. De lapjes werden vervolgens in een trommel gekookt met behulp van een cokesoven. De oven mag nu niet meer branden uit milieu-oogpunt. Kollergang Daarna werden de zacht geworden stukjes vodden gereduceerd tot losse vezels. In veel papiermolens gebeurde dat met hamers die in een trog de in water gedrenkte todden stuksloegen en waar de lompenmassa ook gewassen werd, maar in de Middelste molen werden ze in vroeger dagen stukgewalst onder een kollergang. Na dit proces werd de pulp in een zogenaamde knopentrommel in fracties gescheiden, de achtergebleven knopen werden eruit gevist en de te grove vezels gingen terug in het proces. Hollander De kollergang in de Middelste molen is later vervangen door ‘de hollander’. De hollander is een ovale bak met gedeeltelijk middenschot (de vloeistof kan circuleren) waarin een trommel draait met ribbels dicht op een eveneens geribbelde bodemplaat. De lompen worden tussen de rol en de bodemplaat fijngewreven. Het is een efficient proces, de hollanders werkten drie maal zo snel als de traditionele hamerbakken. De naam ‘de hollander’ is te danken aan de Duitsers. Zij noemden de Nederlandse vinding de ‘Hollandse machine’, later verkort tot de hollander.
de kollergang, de ‘lopers’ (staande
maalstenen) walsten de lompensnippers tot een vezelbrij de hollander, een vinding die de hamerbakken en de
kollergang verving
Papierscheppen Tot de komst van de papiermachine in de 19e eeuw, wordt het papier met de hand geschept. De papiermaker begint met het stevig roeren van de vezelpulp in de schepkuip. Met een schepraam, een bakje waarvan de bodem bestaat uit fijn gespannen koperdraad, schept hij vervolgens een ‘schep’ uit de pulp. Het water loopt (voor een deel) weg door de open bodem, en de schepper helpt daarbij door het schepraam zachtjes te schudden. De vezels blijven in een dunne laag achter op het raam van koperdraad. De vezellaag, het vel papier in wording, wordt op een laag vilt gelegd. Als in de koperdraden een figuur is gevlochten, is dat in het vel papier zichtbaar als ‘watermerk’. Als een stapel viltlagen met papier klaar is (een 125 vellen), wordt de stapel onder een handpers gelegd en op de hoorn geblazen om arbeiders en eventueel buren te verzamen om de pers aan te draaien. Het aandraaien van de pers zorgt ervoor dat het meeste resterende water uit de vellen papier geperst wordt. Tenslotte worden de vellen te drogen gehangen.
het scheppen van het papier
het vers geschepte vel papier met
watermerk ‘nijntje’ op de viltlaag het drogen van de papiervellen Mechanisering De komst van de papiermachine maakte een groot deel van het handwerk overbodig. Een kettingpomp stort porties vezelpulp uit de hollander op een ronddraaiende langzeef. De dikte van het papier is te regelen door een schuif af te stellen die de porties pulp doorlaat. Het water zakt door de zeef weg en de pulplaag blijft achter op de zeef en schuift door naar een droogcilinder. Krukas Niet alleen de papierfabricage, maar ook de aandrijving van de werktuigen is gemechaniseerd, in 1895 is een stoommachine geplaatst die nog steeds geregeld in werking is. Cornelis Corneliszoon (ca 1550 - 1607) heeft eind 16e eeuw een revolutionaire vinding gedaan die het mogelijk maakte de draaiende beweging van een molen om te zetten in een op en neer gaande beweging. Zijn vinding heet de krukas. De krukas maakte het b.v. mogelijk dat zaagbladen in een houtzaagmolen op en neer gaan. De krukas is in een stoommachine ook een cruciaal onderdeel, het werkt hier andersom: de op en neer gaande beweging van de zuigers wordt door de krukas omgezet in een roterende aandrijving voor de molen.
de stoommachine uit 1895
de zuigerstang en krukas
Een bericht uit het dagblad Trouw, 26 juni 2004:
|